[vc_row][vc_column][vc_column_text]

Bijnieruitputting

(def) Bijnieruitputting  is een ander woord voor onderactiviteit van de bijnieren.  Hieraan vooraf doet zich een periode van overactiviteit.

Deze periode duurt ongeveer 15 a 20 jaar.  Dit is de zogenaamde weerstandsfase. Tijdens deze fase is er een overproductie van cortisol en adrenaline.

Fase van overactiviteit ervaren we als stress.

 

Wat gebeurt er:

  • uitputting nierenà bloedglucose daaltà het lichaam wilt veel suikers eten
  • uitputting nierenà aldosteron daalt à zoutverspillingà meer trek hartige dingen

 

  1. Symptomen

  • vermoeidheid
  • nerveus gedrag, snel stress ervaren
  • bloedsuikerspiegel is niet stabiel, hypoglykemie
  • trek in zout
  • depressiviteit
  • vaak kortdurende infecties
  • allergieën of intoleranties
  • spierklachten
  • duizeligheid vooral bij opstaan
  • slecht slapen en wakker liggen

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text].

 

  1. Diverse Functies

Stress def:  je lichaam ervaart als stress :

Je levensstijl, je werk, je gedachten, overwerkte emoties, verkeerde voeding, synthetische medicaties, vaccinaties,Overbewerkte voeding die niet voedt maar alleen vult, overmatig sporten,  hoge werkdruk, te weinig slaap, sloten koffie, vrachten suiker,Verkeerde vetten, fout zout, energy drankjes.Etc

.

Cortisol functie  ( aangemaakt bij overactiviteit/stress bijnieren )

Stresshormoon :  cortisol + adrenaline

stress -> cortisol stijgt-> glucose in lever stijgt->

 

Cortisol Reguleert bloedsuikerspiegel, zout en waterbalans in de cellen, mineralenhuishouding,  houdt imuunsysteem in balans, reguleert de bloeddruk , is bij mannen verantwoordelijk voor de aanmaak van oestrogeen en bij vrouwen voor de aanmaak van testosteron en het bepaalt je vermogen om met stress om te gaan.

 Cholesterol  functie :

vet stabiliseert als geen andere substantie de bloedsuikerspiegel en kalmeert daarmee de bijnieren en de alvleesklier. Hormonen zijn vetten.   De enige invloed die voeding, rijk aan cholesterol en verzadigd vet heeft op je lichaam is dat het minder ingewikkelde omzettingen hoeft te doen als  cholesterol en verzadigd vet rechtstreeks uit de voeding komen.

Cholesterol speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van gal en van je ‘gelukshormoon’, serotonine. Verzadigd vet is een zeer belangrijke substantie voor het  goed functioneren van de hersenen, een orgaan dat bestaat uit verzadigd vet, cholesterol, zout en water. De cholesterolwaardes die de dokter meet, hebben niets te maken met je consumptie van cholesterol. Het vetgehalte van je lichaam heeft niets te maken met je consumptie van vet, vooral verzadigd vet

Cholesterol bijvoorbeeld repareert vaatwanden en spieren en pezen die anders zouden scheuren. En diezelfde cholesterol onderdrukken wij vervolgens met statines (cholesterolverlagende middelen). De waanzin ten top. Vind je het gek dat spierkrampen en depressie tot de bijwerkingen behoren? Deze ‘medicatie’ verstoort hormonale processen die zeer waarschijnlijk al verstoord waren. Bijnieruitputting bijvoorbeeld. Of trage schildklierwerking. Werk liever daaraan en ondersteun de levensprocessen in je lichaam in plaats van ertegenin te gaan.

 

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text]

  1. Effecten van bijnieruitputting op andere hormoonklieren

     Tav bijschildklier

  • teveel cortisol door stress-> rem op bijschildklier-> vertraging op alvleesklier.. ….

 

Bij langdurige stress:

  • uitgeputte bijnier-> haalt stofwisseling naar beneden->bijschildklier gaat versnellen (?) , om stofwisseling weer op gang te krijgen-> op den duur een uitgeputte schildklier.

 

De bijnieren en de schildklier ( aanmaak T3 en T4)

De bijnieren en de schildklier vertonen een nauwkeurige relatie met elkaar. Overactiviteit bij de een kan leiden tot onderactiviteit bij de ander en andersom. Overactiviteit bijnier houdt in trage werking van de schildklier.   Schildklier is verantwoordelijk voor de lichaamstemperatuur en de snelheid van stofwisseling.  Als bijnier uitgeput raakt, dan kan de schildklier sneller worden, maar waarschijnlijk is dat hij traag blijft. ( koude lichaams  klachten ) Het is dan ook een hele puzzeltocht om te bepalen of je te maken hebt met primaire schildklierproblematiek gevolgd door secundaire bijnierproblematiek of andersom. Veelal worden schildklierkachten veroorzaakt door bijnieruitputting.

Bijnieren en Alvleesklier ( prod van glucagon en insuline)

  • . Er bestaat een delicaat evenwicht tussen cortisol en insuline, omdat cortisol catabool (afbrekend) is en insuline anabool (opbouwend). Beiden zijn even nuttig en noodzakelijk, mits er sprake is van de juiste balans van opbouw en afbraak. Zo kan het lichaam zijn eigen cellen telkens vernieuwen. Meerdere hormone zorgen voor de toename vd bloedsuikerspiegel en alleen insuline zorgt voor afname bloedsuikerspiegel. (https://www.stamcel.org/html/bijnier.htm)…  ( adrenaline spoort de lever aan glucose/glucagon aan te maken, cortisol zet eiwitten om in glucose: !!!!)

 

  • Hieronder 2 extreme gevallen
  • (te)Veel insuline en (te)weinig cortisol ( geval 1)…geeft hypoglykemie  en er is ook slechte leverfunctie…
  • Gevolg waarbij de bijnieren proberen de lever aan te sporen tot meer glucoseafgifte) . De bijnieren verhogen dan de schildklierwerking en de bloeddruk om het hart aan te sporen tot een snellere doorbloeding.
  • Gevolg: hartkloppingen, paniek, (er gaat te weinig glucose naar de hersenen!), duizeligheid concentratieproblemen , een ‘vissekomgevoel’ (brain fog), flauwvallen en zelfs in shock en coma raken.

 

  • VEEL CORTISOL en weinig Insuline ( geval 2)
  • bijnieruitputting, -> cortisolniveau daalt-> alvleesklier compenseren
  • schommelingen mogelijk .
  • Geval 1 : en je krijgt insuline weerstand .. zo ontstaat Diabetes 2…. Type 2 is dus vergevorderde insulineweerstand als gevolg van een overactieve alvleesklier en daarmee dus ook vergevorderde bijnieruitputting.

 

  • GEVAL 2 : Teveel cortisol drukt de schildklierwerking. Hierdoor worden alle organen traag, dus ook de alvleesklier. Heb je een te weinig aan insuline dan is je alvleesklier uitgeput. Je bijnieren raken echter op termijn ook uitgeput, niet in de laatste plaats door overproductie van cortisol maar ook om te proberen te compenseren voor een trage schildklierwerking en insulinetekort.

 

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text]

5. Gevolgen van continue stress, bijnieruitputting.

Gevolgen van bijnieruitputting:  Hyperactieve kinderen. (De meest) voorkomende gedragsstoornissen: Agressie (vandalisme, zinloos geweld, moord) Angststoornissen (depressie, psychose, schizofrenie). Dit kunnen gevolgen zijn van het jarenlange Vechten of vluchten. Dit is niet leven, maar overleven.  Yang en Yin zijn dan way out of balance.. Oosterse bezigheden ( meditatie, yoga, qigong, acupunctuur en Thaise Massage)  helpen om dit evenwicht te herstellen.

 

Kans bestaat dat schildklier uiteindelijk zal afsterven, als hij niet in een stadium daarvoor al een zware ontsteking (nl ontstekingen ontstaan bij tekorten van cortisol ) of zelfs kanker ontwikkelt. Bovendien gaan je symptomen op de lange termijn niet weg en zullen alleen maar verergeren, met
daarnaast een ernstig risico op andere klachten, zoals osteoporose (botontkalking).  Dit komt doordat klachten als bijnieruitputting en trage schildklierwerking wordt niet gediagnostiseerd of veel te laat ( in een vergevorderd onderactiviteit ) . En is er al een behandeling dan vindt deze plaats met synthetisch in plaats van natuurlijk, dierlijk schildklierhormoon.

In de reguliere medische wetenschap kent men twee uitersten voor aandoeningen van de bijnieren: de ziekte van Addison, waarbij de bijnieren extreem onderactief zijn en dus te weinig bijnierhormonen produceren, en de ziekte van Cushing, waarbij de bijnieren extreem overactief zijn en teveel bijnierhormonen produceren.Adequaat antwoord van de medische wetenshap op uitgeputte bijnieren icm een vertraagde schildklier is er niet.

6. Andere gevolgen

De bijnieren en de spijsvertering
Bijnieruitputting heeft allerlei spijsverteringsklachten tot gevolg. In principe kunnen er problemen optreden met de vertering van allerlei voedingsmiddelen. De vertering van koolhydraten en vetten kunnen problematisch worden, maar vooral de vertering van eiwitten zijn vaak een probleem. Dit zijn de beruchte allergieën en intoleranties voor gluten en melkeiwitten, maar denk ook aan notenallergieën.

De schildklierwerking wordt onderdrukt door zowel overactieve als onderactieve bijnieren. Een eiwitrijk voedingspatroon met weinig vetten en veel koolhydraten is rampzalig voor je schildklier en zal je problemen alleen maar verergeren, omdat het de schildklier uitput van zijn vitamine A- en schildklierhormoonreserves.

 

De bijnieren en candida

Door bijnieruitputting vertraagt de schildklier, waardoor je spijsvertering vertraagt. Je darmflora raken hierdoor uit balans, iets wat dysbiose wordt genoemd. Een tekort aan maagzuur levert een ongunstige omgeving op voor positieve darmbacteriën als de acidofilus en bifidum en een zeer gunstige omgeving voor de gistbacterie candida
albicans, die zich kan ontpoppen tot een schimmel. Dat dergelijke rottingsprocessen brandend maagzuur, een opgeblazen gevoel, verstopping, gasvorming (winden, boeren) en stinkende ontlasting veroorzaken is voor ons heel vervelend maar het zou ons juist aan het denken moeten zetten over onze slechte gewoontes.

 

 

 

 

 [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text]

  De bijnieren en gal- en nierstenen

Erg belangrijk voor het voorkomen van gal- en nierstenen is de aanwezigheid van voldoende verteringssappen (maagzuur en galzouten) en enzymen in de lever en alvleesklier. Door bijnieruitputting en de daaropvolgende vertraging van de schildklier en daarmee ook de spijsvertering vertraagd,  ontstaat er een tekort aan spijsverteringssappen
en verteringsenzymen, waardoor overmatige cholesterolafzettingen verkalken en
uiteindelijk gal- en nierstenen kunnen vormen… Opvoeren van de verzadigde vetten.  ???

 

De bijnieren en diabetes


De bijnieren bewaken samen met de alvleesklier de glucosebalans in het bloed. Er vindt daardoor een intieme samenwerking plaats tussen het hormoon insuline, afgegeven door de alvleesklier, en het bijnierhormoon cortisol. Zowel insuline als cortisol hebben een regulerend effect op de bloedsuikerspiegel. Een te weinig aan cortisol of een teveel aan insuline geeft hypoglycemie, waarbij de bijnieren proberen de lever aan te sporen tot meer glucoseafgifte. Bijnieruitputting gaat echter ook gepaard met slechte leverfunctie dus de lever reageert op dat moment te traag. De bijnieren verhogen dan de schildklierwerking en de bloeddruk om het hart aan te sporen tot een snellere doorbloeding. Gevolg: hartkloppingen, paniek, er gaat te weinig glucose naar de hersenen…

Hypoglykemie is alsvolgt beschreven in merckmanual/msdmanual :

“ Hypoglykemie is een abnormaal lage glucosespiegel in het bloed.

Normaal houdt het lichaam de bloedglucosespiegel binnen vrij nauwe grenzen (ongeveer 4 tot 5,6 mmol/l). Bij hypoglykemie worden de bloedglucosespiegels echter te laag. Bij diabetes mellitus worden deze spiegels juist te hoog en is er sprake van hyperglykemie. Hoewel diabetes wordt gekenmerkt door hoge bloedglucosespiegels, hebben veel mensen met diabetes periodiek last van hypoglykemie, meestal als gevolg van hoge doses insuline of orale geneesmiddelen tegen diabetes. Hypoglykemie komt zelden voor bij mensen zonder diabetes.

Lage bloedglucosespiegels verstoren de werking van tal van orgaanstelsels. De hersenen zijn bijzonder gevoelig voor een lage bloedglucosespiegel aangezien glucose de belangrijkste energiebron van de hersenen vormt. Als de bloedglucosespiegels ver beneden hun normale bereik dalen, reageren de hersenen door de bijnieren aan te zetten tot de afgifte van epinefrine (adrenaline), de alvleesklier tot de afgifte van glucagon en de hypofyse tot de afgifte van groeihormoon en ACTH waardoor de bijnieren meer corticosteroïden afscheiden. Al deze gebeurtenissen zorgen ervoor dat er glucose uit de lever in het bloed vrijkomt.”  (https://www.msdmanuals.nl/mmhenl/print/hormonale_stelsel/hypoglykemie/introductie.html)

 

Type 1 :   Vergaande bijnieruitputting, trage schildklierwerking en alvleesklieruitputting. Om maar niet te spreken van lever-, nier- en miltuitputting, allemaal ten gevolge van een trage schildklier en bijnieren die hiervoor niet meer kunnen compenseren. Dus oftewel een insuline tekort. Dit maakt diabetes type 1 en 2 twee kanten van dezelfde medaille, waarbij alleen het stadium
waarin ze verkeren verschillend is.

Type 2:   Heb je te weinig cortisol en teveel insuline dan gaan je cellen op slot voor de overmaat aan insuline en dan ontwikkel je insulineweerstand. In een vroeg stadium heet dit ‘metabolisch syndroom’ of ‘syndroom X’ of ‘prediabetes’. In een later stadium is dit diabetes type 2. Type 2 is dus vergevorderde insulineweerstand als gevolg van een overactieve alvleesklier en daarmee dus ook vergevorderde bijnieruitputting

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text]De bijnieren en dysglycemie
Vaak wordt gesproken over hypoglycemie. ‘Hypo’ betekent laag en dus is hypoglycemie een lage bloedsuikerspiegel, oftewel te weinig glucose in het bloed. Je lichaam draait op twee brandstoffen, glucose voor de korte termijn en vet (met name verzadigd vet) op de lange termijn. Hypoglycemie is het tegenovergestelde van hyperglycemie, een fenomeen dat bij diabeten wordt waargenomen. Hyperglycemie (een te hoge bloedsuikerspiegel) komt voort uit een uitgeputte alvleesklier die niet langer voldoende insuline kan produceren.

Zoals te lezen is onder ‘de bijnieren en diabetes’ wordt bijnieruitputting niet meegenomen in het ontstaan van diabetes, terwijl bijnieruitputting wel eens de veroorzaker van alvleesklieruitputting zou kunnen zijn. Hypoglycemie is een van de verschijnselen die gepaard gaan met candida, waardoor candida gezien moet worden als een voorloper van diabetes

Enkele feiten over dysglycemie

  • Dysglycemie leidt tot onregelmatige hartslag
    • Dysglycemie leidt tot hoge of lage bloeddruk;
    • Dysglycemie leidt tot hoge of lage lichaamstemperaturen;
    • Dysglycemie is een vorm van (pre)diabetes;
    • Dysglycemie kan leiden tot trage en snelle schildklierwerking;
    • Dysglycemie treedt samen met insulineweerstand op;
    • Dysglycemie leidt tot verzwakking en/of ontsteking van de beschermende slijmvlieslaag rondom het spijsverteringskanaal (leaky gut), de longen (leaky lungs) en de hersenen (leaky brain)…

Remedie: stabiliseren bloedsuikerspiegel.

De bijnieren en kanker
Een stabiele bloedsuikerspiegel is alles. Er bestaat geen enkele kankerpatiënt met een stabiele bloedsuikerspiegel. Melvin Page legde het verband al tussen de bloedsuikerspiegel, diabetes en kanker. Uit zijn boek Your Body Is Your Best Doctor! (1972): we hebben gemerkt dat die gevallen van kanker die wij hebben gezien bijna onveranderd overactieve anabole hormoonorganen hadden. Ongeveer 95 procent daarvan had een overactieve anterieure hypofyse en abnormaal hoge bloedsuikerniveaus. Het is welbekend dat kanker en diabetes veelal ziektes zijn die met elkaar verband houden. We kunnen ons geen enkel geval van kanker herinneren met een correct bloedsuikergehalte, terwijl in de meeste niet-kankergevallen dit simpelweg verkregen kan worden door middel van alleen al een suikervrij eetpatroon. Wat Page hier zegt, is dat hij steevast twee verschijnselen tegenkwam bij kankerpatiënten: teveel anabole hormoonactiviteit en een te hoge bloedsuikerspiegel.

Belangrijk:

Het gaat dus om de juiste insuline-cortisolbalans, het juiste samenspel tussen insuline en cortisol, tussen de alvleesklier en de bijnieren. Bij een teveel aan cortisol, dat onvoldoende wordt afgeremd door insuline, vindt er celafbraak plaats. Andersom vindt er bij een teveel aan insuline, dat onvoldoende geremd wordt door cortisol, teveel celopbouw plaats.

Een omschrijving van kanker
Ongeremde celvorming. Bijnieruitputting ligt dus aan de basis van zowel diabetes als kanker. Cortisol remt niet alleen het immuunsysteem maar ook de celopbouwende werking van insuline. Een overschot aan insuline is bewezen kankerverwekkend. Bij diabetes type 2 is de alvleesklier verantwoordelijk voor een overproductie ervan en bij diabetes type 1 moet de patiënt dit noodzakelijk inspuiten, waardoor het probleem op termijn niet verholpen wordt maar verergert en er bovendien een risico op kanker ontstaat.

Samenvattend

 We weten allemaal dat  chronische stress niet goed voor je is.  Nu zien we dat Stress kan leiden tot Bijnieruitputting. We zien ook dat bijnieruitputting icm

met alvleesklier(uitputting) en schildklieruitputting, achter veel aandoeningen, ziektes kan zitten. We zien ook dat ingeval stress en bijnieruitputting diverse voedingsstoffen niet voldoende of zelfs slecht worden verwerkt.  Als men al iets wilt doen aan terugdringen van ziektekosten, dan ligt hier een mooi terrein. Is sporten en gezonde voeding dan voldoende om stress aan te pakken?  Nee , om al het yange te compenseren, moet men een balans met yin tot standbrengen. Voorbeelden:  meditatie, yoga, Thai-Chi, Thaise Massage.

En werkgevers zullen steeds meer genoodzaakt zijn om hierin een rol te spleen. Met een burnout cijfer van tegen de 20% ( Noord Brabant in 2016)  rijzen de ziektekosten de pan uit. Ik ben benieuwd of de korte termijn bedrijfspolitiek nog lang wordt voortgezet.

 

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text]

I am text block. Click edit button to change this text. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Call Now Button